Er zijn zeven natuurreservaten. Het belangrijkste en grootste park is het Parco Nazionale d'Abruzzo.
Het berggebied Laga-massief bestaat voornamelijk uit mergel en zandsteen, de rest van de Abruzzen - met als bergmassieven het Gran Sasso en de Maiella-groep - is een zuiver kalksteenlandschap. Kenmerkend zijn de steile, diepe kloven, en het voorkomen van onderaardse grotten en rivieren. Het gebied staat bekend om zijn aardbevingen, waarvan de sporen in de soms verwrongen landschapsvormen terug te vinden zijn.
Vanwege de ondoordringbare bodem in het Lago komen hier watervallen tot 80 m hoog voor, die op 1.500 m hoogte 's winters kunnen bevriezen: een bezienswaardigheid. Verder is het Lago dicht bebost, met o.a. beuken en pijnbomen die niet door mensen zijn aangelegd, te afgelegen om geëxploiteerd te worden.
De Gran Sasso (grote rots) is een drukker bezocht gebied. Het vormt een spectaculair rotsmassief, geliefd bij bergklimmers uit Rome ('s winters ijsklimmen). De Corno Piccolo heeft meer dan 100 klimroutes. De Corno Grande is met 2.912 m het hoogste punt in de Apennijnen. De bergketen heeft 5 berghutten, die goede trektochten met weinig bepakking mogelijk maken. De Calderone vormt hier de zuidelijkste gletsjer van Europa. Zeer indrukwekkend is de Campo Imperatore: een hoogvlakte van 27 km lang en 8 km breed.
De Maiella is het meest ongerepte massief, bestaande uit 61 pieken en 75 heuvels. De Monte Amaro (bittere berg) is met 2.793 m het hoogste punt. De hoofdrug loopt over 30 km van noord naar zuid. Hier heb je een schitterend uitzicht op het lage gelegen land, de Adriatische zee en de Gran Sasso. Vanaf deze bergrug strekt zich naar het oosten een labyrint van spectaculaire dalen uit. Deze vormen het mooiste wandelgedeelte. De afstanden in de Maiella zijn echter groot en de wandelingen zwaar, er zijn weinig (spoor)wegen. Behalve de enorme beukenwouden (o.a. bij de Maielletta) komen hier ook kolossale eiken voor (in Gessopalena). Hoger liggen grote bergweiden, boven de 2.500 m is het kaal. Er zijn veel grotten, met name aan de zeezijde.
Je kunt hier beren, gemzen, herten, vossen, bergmarmotten, steenarenden, haviken en spitssnuitadders treffen.
Nieuwe autowegen hebben het mooie achterland geopend voor de bezoeker. Deze regio heeft heel veel te bieden aan de toerist die van het zeer bijzonder en mysterieus landschap geniet. Pecorino kaas is trouwens een bekend product uit Basilicata maar de regio staat vooral bekend om het heerlijkste brood van Italië.
Calabrië was lange tijd praktisch onbereikbaar. Nu vliegen de low-cost maatschappijen ook deze kant op. Bijvoorbeeld naar Lamezia Terme waar ze veel toeristen afleveren die vakantieparken in en rondom het mooie Tropea bezoeken. Maar naast het azuurblauwe zeewater en de historische stadjes is ook de geschiedenis van Calabrië bijzonder boeiend.
Calabrië was een belangrijk centrum van de Griekse beschaving voor de opkomst van het Romeinse Rijk. Hier leefde bijvoorbeeld Pythagoras (van de stelling). Daarna kende de streek vele overheersers. Calabrië was vele jaren lang onderdeel van het Romeinse Rijk. Na het einde van het rijk was het onderdeel van het Byzantijnse Rijk en daarna kwamen Noormannen die het Koninkrijk Napels vormden. Dit koninkrijk zelf kende vele overheersers: De Habsburgse dynastieën van zowel Spanje als Oostenrijk; de Franse Bourbon dynastie en kort Napoleons Murat. Gedurende deze hele tijd bleef Calabrië een arme en uitgebuite regio.
De Aspromonte, een bergachtige streek in centraal Calabrië, was het toneel van de beroemde slag van de Risorgimento (eenwording van Italië) waarin Garibaldi gewond raakte. In deze regio zijn nog veel Arberesh te vinden, Albanezen die in de 16de eeuw immigreerden naar italië.
De georganiseerde misdaad was tientallen jaren lang zeer sterk in Calabrië, maar neemt tegenwoordig in betekenis af.
Grieken
De bestbewaarde Griekse overblijfselen tref je aan in Paestum, de stad van Poseidon, bij Agripoli, een leuke plaats aan de vrij stille Cilento-kust in het zuidelijkste stuk van Campania. Hier liggen prachtige tempels van Hera, Neptunus en Ceres uit de 6e eeuw voor Christus.
Pompei
Romeinen
Voor Romeinse overblijfselen moet je naar Benevento in de noordelijke bergen en het Etruskisch-Romeinse Santa Maria Capua Vetere ten noorden van Napoli [Napels], waar een prachtig amfitheater ligt. De beroemdste Romeinse opgravingen zijn natuurlijk te vinden in Pompei en Ercolano; de steden die in 79 na Chr. bedolven werden door enorme asregens en modderstromen ten gevolge van de beruchtste uitbarsting van de vulkaan
Vesuvio.
Pompei werd pas in de 17e eeuw herontdekt en nu nog steeds worden er in de hele omgeving opgravingen gedaan. Nergens anders ter wereld krijg je een beter beeld van hoe de Romeinen in een middelgrote (20.000 inwoners), welvarende stad geleefd hebben. Je vindt er talloze kleine huizen en palazzi versierd met beelden, fresco's en mozaïeken, maar ook een bakkerij, een bordeel en graffiti. Liefhebbers kunnen er dan ook dagen rondzwerven. Indrukwekkend zijn de gipsafgietsels van de inwoners die midden op de dag, bij hun dagelijkse beslommeringen, overvallen werden door de uitbarsting. Vooral de beelden van de moeders die hun kinderen proberen te beschermen tegen de gloeiende asregens zijn nog steeds aangrijpend. Een gids is kostbaar maar wel aan te raden. Het is echt een bijzondere plaats.
Vesuvio
Een bezoek aan de veroorzaker van al dit leed, de Vesuvio, blijft zeker de moeite waard. Via een kronkelweg kun je, met de auto of een taxi, tot zo'n 200 meter onder de top komen. Daarna brengt een sportieve wandeling van 20 minuten met een verplichte gids je op de top van de 1400 meter hoge vulkaan die af en toe nog een klein beetje pruttelt. Het uitzicht bij helder weer (zeldzaam) geweldig.
De eilanden
Kust van Capri Procida, Ischia en natuurlijk vooral Capri, de eilanden in de baai van Napoli [Napels], zijn heel pittoresk. Beslist de moeite om een of meer te bezoeken.
Lees over Campania / Amalfikust
Het midden van de regio wordt ingenomen door de trapsgewijs oplopende morenen heuvels aan de rivier Tagliamento. De vlakte tenslotte, die 38% van de oppervlakte inneemt, strekt zich uit van de Livenza tot de Isonzo en bestaat uit een hooggelegen droog gedeelte en een laaggelegen vochtig gedeelte. De vlakte eindigt in een zanderige lagunekust met enkele rotspartijen in de buurt van Triëst. Door zijn ligging op een breuklijn in de aardkorst wordt de regio regelmatig door aardbevingen getroffen. Het zeer milde klimaat schept uiterst gunstige omstandigheden voor de landbouw.
Lees over Friuli Julisch Venetië
De kust
Ten opzichte van de rest van de regione is de kust het minst aantrekkelijk; de plaatsen zijn bijna nergens interessant en met name in de zomer is het erg druk met de duizenden Romeinen die de stad ontvluchten. Uitzondering vormt het stukje kust bij de pittoreske plaatsjes Gaeta en Sperlonga ten zuiden van Rome. Niet ver daar vandaan vind je het nationale natuurpark 'Circeo' waar je verschillende soorten vogels, wilde zwijnen en stekelvarkens kunt tegenkomen. Lazio is sowieso rijkelijk bedeeld met nationale en regionale parken.
De badplaats Ostia, het dichtstgelegen bij Rome, moet je echt niet vanwege het strand bezoeken; het is er Scheveningsdruk en het strand is niet echt mooi. De Romeinse opgravingen van Ostia Antica, destijds de belangrijkste handelshaven van Rome, zijn wel weer de moeite waard.
De eilanden
Isola di Ponza
Vanuit de havensteden en Formia kun je ook de boot nemen naar het vulkanische eilandje Ponza. De auto kun je niet meenemen en kun je achterlaten op een parkeerplaats op de kade. De veerboot brengt je in twee uur naar het eiland. Het maakt eigenlijk onderdeel uit van de kraterrand van een uitgebluste vulkaan. De stollingsgesteenten vormen een spectaculaire kustlijn die mooi afsteekt tegen de azuurblauwe zee.
Het is geweldig om een bootje te huren en een tocht om het eiland Ponza te maken. Zo rustig, (als je je motor tenminste hebt uitschakeld!) zo mooi en alleen voor jou. Ook een prima plek om te snorkelen en te duiken. Toeristen kom je hier nagenoeg niet tegen, het is een van Italië's best bewaarde geheimpjes. Het is er eigenlijk alleen in augustus druk, maar dan met name door de massale komst van Romeinse jongeren.
Calcata
Op ongeveer 40 km ten noorden van Rome ligt het kleine burchtplaatsje Calcata in de provincie Viterbo. In de jaren ’50 stond dit prachtige middeleeuwse dorp op de lijst om afgebroken te worden, maar dankzij een groep kunstenaars, die gedurende 10 jaar de strijd zijn aangegaan met de overheid, is dit bevel uiteindelijk ingetrokken.
Calcata staat dan ook niet voor niets bekend als kunstenaarsdorp, aangezien het grootste gedeelte van de inwoners kunstenaar is. Het hele dorp is vrij van verkeer, waardoor alles met een kruiwagen de 180 meter hoge rots op wordt gedragen. Calcata is niet alleen te bezoeken voor haar prachtige natuur en architectuur, maar ook de tentoonstellingen, concerten en theatervoorstellingen zijn zeker de moeite waard.
Tivoli
Villa Adriana in Tivoli
Tivoli is wereldberoemd om zijn prachtige Romeinse villa's zoals de Villa Adriana; het buitenverblijf van keizer Hadrianus. Dat de inspiratie gehaald is uit de vele 'reizen' door Griekenland en Egypte is hier duidelijk te zien in de maquette die een helder beeld geeft van de oorspronkelijk opzet van de villa. De villa was eigenlijk bijna een stad. Samen met de enorme thermen en de magnifieke ligging, is dit een unieke plek.
Het zeetheater mag je zeker niet overslaan, een schitterende door water omgeven zuilengalerij. Het eilandje in het midden was de plek waar Hadrianus zich graag afzonderde (wie niet!). In latere eeuwen volgden kardinalen en pauzen het voorbeeld van de Keizer; denk aan de beroemde Villa d'Este: prachtig aangelegde tuinen, sculpturen en waterpartijen.(bestaande uit ongeveer vijfhonderd fonteinen en waterstralen!)
Riviera di Ponente
Ospedaletti.
Een rustig dorpje tussen de steden Sanremo en Bordighera met het mildste mediterane klimaat van de Riviera. Dit is de reden dat de russiche Tsaren Ospedalleti verkozen om hun vakantie door te brengen.
De kust van San Remo Deze kust staat behalve om de vele badplaatsen ook bekend om de bloementeelt (voornamelijk ten behoeve van de parfumindustrie) en de olijventeelt. Deze kust is veel vlakker dan de kust ten zuiden van Genova (Genua). Je vindt hier dan ook brede zandstranden met bijbehorend vertier. Vooral bekend bij de Nederlanders is de stad Ventimiglia (ventimiel) net over de Franse grens. Je hebt hier brede zandstranden zoals je ze ook aantreft in San Remo. Hier toch wel wat vergane glorie. Het nieuwe San Remo staat vooral bekend om de vele, dure winkels en het zeer populaire casino. Hier vindt ook jaarlijks het bekende Festival di San Remo plaats, een soort nationaal songfestival. Het karakter van het oude middeleeuwse stadsgedeelte (La Pigna), met zijn wirwar van straatjes, is gelukkig nog bewaard gebleven.
Binnenland
In het binnenland vind je vele kleine middeleeuwse dorpjes die als arendsnesten tegen de bergen liggen. Ze werden gebouwd op ontoegankelijke plekken, als verdediging tegen de piraten, in dit geval de Moren. Vele zijn nu verlaten, maar ze zijn zeker een rit waard via de bergpassen waar mooie vergezichten in een stille natuur de beloning zijn (evenals mooie picknickplekjes).
Bijvoorbeeld Triora op 1440m boven zeeniveau, is praktisch verlaten. Het heeft nog duidelijke sporen van middeleeuwse bewoning. Aan het dorpsplein, dat veel te groot lijkt voor dit kleine dorpje, liggen twee kleine kerkjes. Als je goed kijkt, ontdek je onder het plein de resten van een enorm waterreservoir waaruit de bevolking tijdens een beleg ettelijke maanden water kon putten.
Ook het plaatsje Tággia, omringd door olijfgaarden en bloemenvelden (kweek), heeft steile arcadestraatjes met lange overdekte trappen. Twee zeer steile straten leiden naar de burcht die ten tijde van de vele Moorse aanvallen bescherming bood. Bovenaan de straat ligt nog een grote steen die de heuvel werd afgerold om de indringers tegen te houden.
Riviera di Levante
Portofino met zijn gekleurde huisjes. Deze kust staat vooral bekend om zijn kleine vissersdorpjes, terrasvormig aangeplante wijn- en olijfgaarden en spectaculaire kliffen. Naast de Cinque Terre is ook Portofino een bezoekje waard. Met zijn kleine jachthaven is het één van de meest exclusieve vakantieplaatsen van Italië. Vroeger was het een ontmoetingsplaats voor koraalvissers. Nu zijn deze huisjes omgebouwd tot de meest luxueuze weekendhuizen voor de Italiaanse high society zoals Armani, Ferrari, wijlen l'avvocato Agnelli van Fiat en de politicus en mediamagnaat Berlusco. Het dorp is bereikbaar over een smalle kustweg en beschikt over een beperkt aantal parkeerplaatsen. In de zomer moet je voor een stoplicht aan het begin van het dorp wachten totdat er een auto het dorp uit komt rijden. Het is een beter idee om je auto te parkeren in Santa Margherita Ligure en Rapallo en van daaruit de boot te nemen naar Portofino. De boottocht is heerlijk ontspannend en je hebt prachtig zicht op de kust. Vanuit Portofino kan je je weer verder laten voeren naar de Abbazia om vervolgens van daar door te wandelen naar Camogli. De boottocht is heerlijk relaxt en je hebt prachtig zicht op de kust.
In dit schilderachtige plaatsje zijn de prijzen natuurlijk torenhoog, maar een mooie wandeling naar het boven het dorpje gelegen Castello di San Giorgio is de moeite waard. De ommuurde oude vesting met de omringende tuinen is ronduit idyllisch te noemen. Het uitzicht is geweldig.Hoog boven Portofino hoor je bijna de stilte van de zee en ruik je de heerlijke geuren van de macchia: de typische Ligurische vegetatie van zeedennen en een onderlaag van citrussoorten, rotsrozen, tijm en orchideeën.
Lees over Ligurië / Bloemenriviera
Lees over Lombardije/ Lombardia
De stranden van de Marken
Langs de Adriatische kust liggen lange zandstranden. Het leukste stukje kust ligt bij het rotsachtige schiereiland Conero. De hoge kliffen vormen een natuurlijke onderbreking van de lange zandstranden. Bovendien zorgen de pijnbossen voor een aangename verkoeling en de lage mediterrane begroeiing verspreid een heerlijke geur.
In schilderachtige badplaatsjes als Portonuovo, Sirolo en Numana vermaken vooral Italianen zich. In het uiterste noorden van de Marche vind je de republiek San Marino. Naast zijn eigen munt, postzegels, voetbalelftal en racecircuit (Imola) zijn er vooral taxfree winkels en heel veel toeristen. Interessanter zijn eigenlijk de kleinere steden in het ongerepte binnenland die nog onaangetast zijn door de grote toeristische stromen. Je vraagt je af hoe dat komt, maar stilletjes hoop je ook dat het zo blijft. De meest interessante zijn Urbino en Ascoli Piceno.
Een combinatie van kust, bergen, pittoreske stadjes en een ongerepte natuur maakt de Marche een heel aantrekkelijk gebied. Bovendien is het hier zelfs in het hoogseizoen niet erg druk. Kortom wie op zoek is naar het meer onbekende Italië mag de Marche zeker niet overslaan
Le Langhe: een waar wandelparadijs
De hoge bergen in het noorden gaan via de Povlakte geleidelijk over in heuvellandschap. Dit gebied staat bekend als Le Langhe en Monferrato. De vruchtbare, zonovergoten heuvels van deze streek zijn bedekt met wijngaarden, hazelnootplantages, fruitbomen en eikenbossen. Pittoreske middeleeuwse stadjes als Asti, Bra, Casale en Alba: 'de stad met de honderd torens' zijn uw bezoek zeker waard. Veel bewoners leven nog steeds van wat het land opbrengt. Het kleinschalige cultuurlandschap afgewisseld met de ruigere natuur van bossen en valleien maken dit gebied tot een waar wandelparadijs.
Wijn en witte truffel trekt liefhebbers uit de hele wereld
Wijnen, olijfolie en kaas worden nog op ambachtelijke wijze gemaakt. Het gebied is beroemd om de perziken en peren en groentes zoals de vierkante rode pepers van Motta di Costigliole d'Asti, prei uit Cervere, kleine uien afkomstig uit Ivrea, asperges uit Santena en kardoenen uit Nizza Monferrato. Deze maar ook andere groentes dipt men in bagnacaoda, een saus gemaakt van knoflook, ansjovis en olie. Vercelli staat bekend als rijsthoofdstad van Italié. Miljoenen borden risotto vinden hier hun oorsprong. De trots van Italië op culinair gebied komt uit de grond: il tartufo bianco. Zowel voor de witte truffel als de wijn komen liefhebbers uit de hele wereld. In de herfst is de piekdrukte in het stadje Alba.
Het 'Gastronomische Piemonte' is een streek van volle rode wijnen: de Barolo en Barbaresco. De Barolo wordt in Italië 'De wijn van de Koningen' en 'Koning van de Wijnen' genoemd. Hij wordt gemaakt van de Nebbiolo-druif. De naam is afgeleid van het woord nebbia, oftewel mist die veel voorkomt in Piemonte. Wie van lichtere wijn houdt, komt in Piemonte ook aan zijn trekken. Neem de ongecompliceerde Barbera of mousserende Spumante uit Asti. In Nederland is deze laatst genoemde desertwijn inmiddels ook in opkomst. Naast wijn wordt in deze streek van oudsher Vermouth gebrouwen. De fratelli Martini zijn Piemontesi en niet geheel toevallig ligt hier ook het dorpje Cinzano...
Palio in Asti: spectaculair maar niet zo druk als Siena
De wijndorpjes van Le Langhe rond Alba (Serralunga, Cherasco) zijn goed voor een paar weken vermaak. Vooral het oudromeinse Asti is een aantrekkelijk plaatsje, met de 14e eeuwse Duomo en het driehoekige Piazza Alfieri. Op de piazza houdt men eind september een wijnmarkt en een heuse Palio. Deze paardenrace kan zich zeker meten met de Palio van Siena. Deze is minder bekend en daarom minder druk. Begin november kunt u naar de regionale kaasmarkt in Cuneo. De soorten die hier worden uitgestald zijn ontelbaar.
De rust en betaalbaarheid maken deze streek ook weer aantrekkelijk .De streek is verder zeer vruchtbaar. Puglia levert een groot deel van Italië's pasta (het merk De Cecco, let eens op: geel met blauwe verpakking) is inmiddels een wereldmerk), olijfolie, citrusvruchten en wijn. Salentino is een overheerlijke, door de overdaad aan zon, vrij stevige rode wijn.
Veel mensen kennen Puglia van de zgn trulli; de merkwaardige, witgekalkte huisjes met een rond, konisch dakje, gemaakt van natuurstenen grijze dakpannen. Je vindt ze in prachtige, soms bijna 'Griekse' stadjes als Martina Franca, Locoronto en - het bekendste - Alberobello. Hoe oud de trulli zijn weet niemand; in ieder geval ouder dan de Romeinen.
Voor velen is Ostuni het mooiste stadje van Puglia. Je vindt het tussen Bari en Brindisi, tussen de olijfboomgaarden en een paar heuvels en je waant je er in een Arabische kashba. De kubusvormige witte huisjes liggen opeengepakt tussen een paar heuvels en in de smalle steegjes kun je genieten van de schaduw.
Naast Lecce kent Puglia een paar grote steden; Bari, Brindisi en Taranto. Hoewel ze alledrie een interessante oude binnenstad hebben, zijn het toch vooral geïndustrialiseerde havensteden. Bari is helaas diverse malen in een minder gunstig licht komen te staan door de aanwezigheid van de vele Albanezen, die hier sinds medio 1990 in grote getalen met gammele bootjes illegaal Italia binnenkomen. In deze universiteitsstad moet je vooral ook een blik werpen in de achterafstraatjes van de oude, Byzantijnse stad. Je zult er bijna geen toeristen tegenkomen. Hier kun je de plaatjes maken waar je van droomt: oude vrouwtjes zitten buiten pasta te maken, en dan met name de typische Pugliese variant orrecchiette, oortjes, en cavatelli.
Zorg wel dat je, net als bij iedere grote stad, je camera goed vasthoudt... Bari is verder bekend als de stad van Sint Nikolaas. Zijn botten of in ieder geval enige relikwieën liggen in de - hoe kan het ook anders - Basilica di San Nicola. Jaarlijks wordt hij met een grote processie te water (hij is immers ook schutspatroon van de zeelui) herdacht op 8 mei en niet op 5 december.
Taranto is bekend om de Tarantella-dans. Er wordt gezegd dat de dans met zijn snelle en heftige bewegingen hier is ontstaan in de 16e eeuw door mensen die gebeten waren door de Tarantula-spin. Zij dachten zich te kunnen genezen van het gif door het via deze dans uit te zweten. En o ja, die spin komt nog steeds voor...
De Golf van Taranto, tussen de 'hak en de voet', is zeer rustig en behalve bij het mooie havenstadje Gallipoli, niet zo spannend. De voor Puglia bijna 400 km lange Adriatische kust is vooral interessant op 2 plekken: in het uiterste zuiden bij Otranto (niet zo ver van het aan de andere kant van de hak gelegen Gallipoli) en in het noorden bij het schiereiland van Gargano. In dit gebied is de doorgaans toch saaie Adriatische kust op haar allermooist. Het is er bezaaid met grotten en rotsen en hier komen in de zomer dan ook veel toeristen.
Sardinië is een Italiaans eiland ten zuiden van het Franse eiland Corsica. Dit mooie en grootste eiland van de Middellandse Zee wordt ook wel Sardinia: Isola dei Nuraghi genoemd. Naar het cultureel historisch erfgoed dat in geheel Sardinië te vinden is. Het zijn stenen bouwsels in de vorm van kleine torentjes die met elkaar kleine vestingen vormden waar de mensen vele eeuwen geleden leefden.
Met een oppervlakte van iets meer dan 24.000 km2 is Sardinië na Sicilië het grootste eiland in de Middellandse Zee. Van noord naar zuid meet Sardinië ca. 270 km en van oost naar west maximaal ca. 145 km. Je zou het haast niet denken maar Sardinië ligt dichter bij Noord-Afrika (dat maar op ca. 180 km ligt) dan het vasteland van Italië dat op ca. 190 km ligt.Parelwitte stranden, een azuurblauwe zee, idyllische baaien.
Sardinië is het op een na grootste eiland in de Middellandse Zee. Hier vind je naar verluidt de allermooiste stranden van Europa! Het noorden van het eiland heeft prachtige lange zandstranden. De overige Sardijnse kust is eerder grillig en telt tal van baaitjes en kleine strandjes.
In het noordwesten: Alghero
Aan de ‘Riviera del Corallo’ in het noordwesten van Sardinië ligt het middeleeuwse havenstadje Alghero. Hier vind je lange stadsstranden en een overvloed aan architectuur en monumenten – een ideale vakantiebestemming dus voor wie strand met cultuur wil combineren.
In het noorden: Stintino
Het pittoreske vissersdorpje Stintino ligt op het schiereiland Asinara in het noordwesten van Sardinië. De meeste toeristen brengen hier een bezoek aan La Pelosa, een van de mooiste stranden van Sardinië. Het fijne krijtwitte zand en het helderblauwe zeewater vormen het adembenemende decor van een vakantieplaatje dat herinnert aan de Caraïben.
In het noordoosten: Costa Smeralda
De Costa Smeralda, ook wel de Smaragdkust genoemd, werd in de jaren 1960 ontdekt door Prins Karim Aga Khan IV. Helemaal onder de indruk van de betoverende schoonheid van het landschap besloot hij er een exclusief vakantieoord voor de internationale jetset te maken. Kloppend hart van deze 55 kilometer lange kuststrook tussen Portisco en Baia Sardinia is het pittoreske plaatsje Porto Cervo. Hier vind je exclusieve winkels, een bruisend nachtleven en de meest luxueuze jachten van de Middellandse Zee.
In het zuidoosten: Cala Gonone
In het oosten van het eiland ligt het havenstadje Cala Gonone. Hoewel het levendige badplaatsje zelf een eigen strand heeft, staat het vooral bekend als opstapplaats voor een bezoek per boot aan de spectaculaire grotten, afgelegen baaien en anders onbereikbare zandstranden even verder naar het zuiden.
In het zuiden: Costa Rei
Het gezellige Costa Rei ligt in zuidoosten van Sardinië, ca. 70 km ten oosten van de hoofdstad Cagliari. Samen met drie andere stranden Scoglio di Peppino, Piscina Rei en Capo Ferrato maakt Costa Rei deel uit van een acht kilometer lang zon-, zee- en zandparadijs. Dichter bij de hoofdstad vind je het fijne zandstrand van Poetto. Hier kun je ontspanning op het strand combineren met een bezoek aan het mooie historische centrum van Cagliari.
Sicilië is een Italiaans eiland in de Middellandse Zee en wordt van het Italiaanse vasteland (Calabrië) gescheiden door de maar drie kilometer brede Straat van Messina . Het is het grootste eiland in de Middellandse Zee en ongeveer net zo groot als België. Tevens is het de grootste “regione” (gewest) van Italië. Sicilië ligt op dezelfde hoogte als Zuid-Griekenland, Noord-Tunesië en Zuid-Spanje.
Het eiland vormt zowel geologisch als fysisch-geografisch een voortzetting van het Apennijnse Schiereiland en is geologisch gezien dan ook eigenlijk geen eiland.
De kust van Sicilië is 1030 kilometer lang en alleen aan de brede zuidelijke klifkusten komen lange zandstranden voor. De Tyrrheense en Ionische kust in het oosten zijn smal en grotendeels steil. Tussen de bergen en rotsen, die tot in de zee lopen, komen vele baaien voor.
Oost-Sicilië wordt gedomineerd door de imposante vulkaan Etna en het omliggende Etna-massief. De Etna is de grootste actieve vulkaan van Europa en een van de grootste van de wereld. De vulkaan heeft een hoogte van 3340 meter en is daarmee het hoogste punt van Sicilië. De vulkanische bodem rond de Etna is uiteraard zeer vruchtbaar. Het 590 km2 grote Etna-massief is een nationaal park. Van de Etna zijn minstens 80 uitbarstingen bekend en de laatste levensbedreigende activiteiten van de vulkaan dateren van juli 2001.
Ook aardbevingen en aardverschuivingen hebben al de nodige schade aangericht in de loop der eeuwen. In 1908 werd bijvoorbeeld geheel Messina verwoest en in 1968 vielen er 600 doden en werden 150.000 mensen dakloos. Door de vulkanische activiteiten kent Sicilië ook veel modder- en warmwaterbronnen (fumarole).
Het binnenland van Sicilië is heuvelachtig met op veel plaatsen merkwaardige steenmassa’s waar zelfs steden en dorpen op gebouwd zijn. De bodem bestaat uit vruchtbare klei. Verder liggen in het binnenland verspreid nog enkele bergketens die echter niet boven de 1000 meter uitkomen.
In het zuidoosten ligt het droge en uit kalksteen bestaande Ragusa-plateau. Het plateau wordt doorsneden door groene, vruchtbare rivierdalen zoals de Cava Grande en de Valle d’Anapo.
De Cyclische of Siciliaanse Apennijnen is een oost-west lopend ketengebergte op Noord-Sicilië, en bestaat uit de Monti Peloritani, Le Madonie (hoogste punt: Pizza Carbonara, 1979 meter) en de Monti Nebrodi (hoogste punt: 1847 meter). Op deze uit zand- en kalksteen bestaande bergketens komen vele soorten bloemen en planten voor. Ze behoren evenals het Balkangebergte, de Pyreneeën en de Alpen tot de alpiene bergketens die zich in het Tertiair gevormd hebben, tussen 2 en 70 miljoen jaar geleden.
Het eiland Lampedusa is het zuidelijkste puntje van Italië en behoort samen met Linosa en Lampione tot de Pelagische eilanden. De ten westen van Sicilië gelegen Egadische eilanden (Favignana, Lévanzo en Marettimo) zijn restanten van de Noord-Italiaanse bergketen. De Eolische of Liparische eilanden bestaan uit Lípari, Salina, Vulcano (een nog werkende vulkaan), Alicudi, Filicudi, Panarea en Strómboli (ook een nog werkende vulkaan). Ten noorden van Palermo ligt nog het eiland Ústica en ten zuidwesten van Sicilië ligt Pantellaría.
Toscane heeft nog volop middeleeuwse steden en dorpjes met goed bewaarde elementen uit die tijd. Dit zie je terug in in de architectuur zoals kastelen, torens, kerken enz. Maar ook in de keuken worden eeuwenoude tradities voortgezet. Ook de argrarische sector houdt eeuwenoude tradities in ere met de produktie van wijn, olie, truffeljacht en dergelijke. De bewoners zijn er trots op en laten u graag mee kijken en delen in deze processen. Een agriturismo is een geweldige manier om uw vakantie door te brengen. U logeert in alle luxe op een verbouwde boerderij welke ook nog in bedrijf is en kunt naar wens mee kijken of zelfs doen met de werkzaamheden.
Lago Trasimeno
Het meest bekende Lago Trasimeno brengt nu veel verkoeling maar ooit lokte Hannibal aan de modderige oevers van het Lago Trasimeno de Romeinen in een hinderlaag. Rondom vind je nu zandstranden en campings. Redelijk wat vertier voor jong en oud.
Isola Maggiore
Het Isola Maggiore, een van de drie eilanden in het meer, is zeker een bezoekje waard. Met een bootje vanuit Castiglione del Lago kom je aan in een pittoresk 14e eeuws vissersplaatsje.
Aardbevingen
De Apennijnen zijn het toneel van geregeld terugkerende aardbevingen. De laatste grote aardbeving stamt uit 1997. De aardbeving had een lange nasleep. Kleine dorpjes die voor de helft waren ingestort, bewoners die in containers woonden en historische gebouwen die veel schade opliepen. Restauraties hebben hun effect echter gehad en veel gebouwen zijn weer in oude glorie hersteld.
De steden
De Umbrische steden, ontsnapt aan de voortschrijdende vooruitgang, bezitten fantastische kunstschatten. Aangezien iedereen naar Firenze trekt, kun je van de gelegenheid gebruik maken om bijvoorbeeld Perugia, Assisi, Orvieto, Spoleto, Todi, Gubbio, Norcia of het Lago di Trasimeno te bezoeken.
Uiteraard is de grootste troef van Valle d’Aosta het natuurschoon, de indrukwekkende bergwereld aan de zonnige zuidkant van de Alpen, de ideale omgeving voor actieve vakanties. Het feit dat je natuurbeleving zo makkelijk kan combineren met stadsbezoek of met het bijwonen van een evenement is uniek. Dat heeft natuurlijk met de kleine afstanden te maken die zelfs in de bergen makkelijk kunnen overbrugd worden via een goed wegennet. De mooiste natuurgebieden rond de Mont Blanc, de Monte Cervino en de Monte Rosa liggen op nauwelijks een paar uur rijden van de hoofdplaats Aosta. Ook het Nationaal Park Gran Paradiso en de Valle Dora Baltea, Poort naar het Zuiden, zijn in korte tijd te bereiken.